Uw eerste keuze is: gaat u zichzelf verzekeren? Die keuze lijkt simpel: wel of niet verzekeren. Maar dat is te simpel. Veel verzekeringen kunt u naar wens aanpassen. Zo kunt u sommige risico’s niet meeverzekeren en andere juist weer wel.

Tip 1: Bepaal hoeveel inkomen u wilt verzekeren

Wat uw AOV kost, hangt ervan af: welk deel van uw inkomen wilt u verzekeren? U kunt maximaal 90% van uw inkomen dekken. Maar minder kan ook. Bij een hoge dekking hoort meer premie. Een lage dekking is weer goedkoper. Belangrijk dus: ga na welke kosten in uw onderneming blijven terugkeren, ook als u arbeidsongeschikt bent. En weet u hoeveel geld u elke maand privé nodig heeft? Het is slim deze kosten te dekken met uw AOV.

En hoe zit het met uw partner? Hoeveel verdient hij of zij? Werkt uw partner in loondienst, en is hij of zij zelf ook tegen arbeidsongeschiktheid verzekerd? Dat zijn belangrijke vragen. Heeft uw partner veel zekerheid over het inkomen? Dan kunt u als zzp’er andere risico’s nemen. Zo niet, kies dan een AOV die meer zekerheid geeft. Werkt uw partner in uw bedrijf? Dan kan dat goed uitpakken. Als u uitvalt, dan kan uw partner uw werk overnemen en zo uw bedrijf voortzetten. Maar er kleven ook risico’s aan: loopt uw bedrijf slecht, dan verliezen jullie allebei. Praat hierover met uw partner. Want als u arbeidsongeschikt raakt, merkt u dat ook altijd in uw privéleven.

Tip 2: Kies het juiste verzekeringstype

Er zijn drie soorten AOV’s. De eerste is de verzekering voor beroepsarbeidsongeschiktheid. De tweede is de verzekering voor passende arbeid. De derde is de verzekering voor gangbare arbeid. Dit zijn de verschillen:


  1. Beroepsarbeidsongeschiktheid: Bij deze soort gaat het om de vraag hoe arbeidsongeschikt u bent. Dat wordt bepaald aan de hand van wat u nog kunt uitvoeren binnen uw beroep.
  2. Passende arbeid: In deze tweede soort is de vraag anders. Kunt u nog werk uitvoeren dat ook past bij uw werkervaring en opleiding? De kans dat u bij dit soort AOV een uitkering krijgt, is kleiner dan bij het eerste soort.
  3. Gangbare arbeid: Dit is het derde soort. Dit soort AOV komt niet veel voor. Bij deze verzekering wordt gekeken of u sowieso nog kunt werken – welk werk dan ook. Kunt u nog werken? Dan keert de verzekeraar niet uit. Uit deze varianten kunt u kiezen bij het afsluiten een AOV. De premie die hoort bij deze drie soorten, verschilt.

De verzekering voor beroepsarbeidsongeschiktheid (nummer 1) geeft de beste dekking. Als arbeidsongeschikte bent u niet verplicht om ineens een ander soort onderneming te runnen. U ontvangt uw uitkering, zelfs als u nog een ander beroep zou kunnen doen.

Belangrijk is ook hier: kijk naar uw eigen situatie. Wat kunt u nog doen als u een ongeluk krijgt? Of als u ziek wordt? Wat zijn de mogelijkheden? En wat wilt u afdekken? Bedenk daarom scenario’s. Zo kunt u uw risico’s beter inschatten.

Tip 3: Onderzoek welke eigen-risicoperiode u kunt overbruggen

Denk na over uw eigen-risicoperiode. U kunt besluiten om na een paar maanden uit te laten keren. Maar u kunt ook kiezen voor meerdere jaren. In die periode krijgt u nog geen geld als u arbeidsongeschikt raakt. Spaar dus altijd een bedrag bij elkaar. En zet dat geld opzij voor de eigen-risicoperiode. Dit is sowieso slim, zeker als u geen AOV afsluit. Met een financiële buffer vangt u zelf de klappen op.

Denk ook na over uw leeftijd. Bij sommige zware beroepen kunt u zich tot de leeftijd van 55 of 60 jaar verzekeren. Bij andere beroepen is dit flexibel. Verzekert u uzelf tot uw pensioen? Dan betaalt u meer premie. Kiest u voor een lagere leeftijd? Dan kan dat voordeliger zijn. Maar raakt u arbeidsongeschikt voor uw pensioen? Dan moet uw buffer groot genoeg zijn tot aan uw pensioen. Zorg daarom altijd voor een plan-B.

Tip 4: Denk na over alternatieve ‘verzekeringen’

U kunt ook iets anders kiezen. Denk bijvoorbeeld aan het broodfonds van de Broodfondsmakers. Dat is een vereniging van zzp’ers, die samen elkaars arbeidsongeschiktheid afdekken. Broodfondsen doen dat maximaal twee jaar. Zo kunt u met een broodfonds ook de eigen-risicoperiode van een AOV overbruggen. Er zijn voor- en nadelen aan broodfondsen. Lees meer over de voor- en nadelen van een broodfonds op onze webpagina over de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Nog een alternatief: bouw een eigen financiële buffer op. Het is altijd slim om geld opzij te zetten. Dat moet u eigenlijk vanaf het begin van uw onderneming doen. Raak uw buffer niet aan. Gebruik hem dus niet voor vakanties, of voor de inkomstenbelasting. Ook kunt u zich verzekeren bij het UWV. Dit werkt niet helemaal hetzelfde als bij particuliere verzekeraars. Zo zijn er bepaalde voorwaarden. Die hebben te maken met uw arbeids- en verzekeringsverleden. Onderzoek die goed.

Tip 5. Vermijd advieskosten en sluit de AOV zelf af

Wilt u een AOV afsluiten? Dan sturen de meeste verzekeraars u door naar een adviseur. Die rekent advieskosten. Bij Centraal Beheer is het mogelijk om zelf een AOV af te sluiten. Dat kan zonder advieskosten. Een zzp’er wil dat vaak liever. En waarom ook niet? U heeft zelf goed nagedacht over uw keuze. En u neemt zelf beslissingen over uw eigen toekomst. Weet u genoeg af van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen? Vraag dan zelf online een offerte aan. Bereid u goed voor, want u moet eerst slagen voor een online toets. Die test uw kennis en ervaring. Deze toets duurt ongeveer 10 minuten. Het gaat om 19 vragen.

Alle tips op een rij