Met het Levensloop Totaalpakket spaart uw medewerker bijvoorbeeld voor een vervangend inkomen bij ouderschapsverlof, zorgverlof of een sabbatical. Via u wordt een deel van het loon van de medewerker overgemaakt naar de levenslooprekening. Sinds 2012 mag uw medewerker het levenslooptegoed voor élk doel opnemen. In 1 keer of in delen.

Deelnemen aan de levensloopregeling is alleen mogelijk voor bestaande deelnemers. De wettelijke levensloopregeling is al gestopt. Nu geldt er een overgangsregeling. Uw medewerker kan blijven sparen als uw medewerker al aan de levensloopregeling deelneemt. Eind 2021 stopt de levensloopregeling helemaal.

Uw medewerker bepaalt zelf hoeveel hij spaart

  • De medewerker mag elk jaar tot 12% van het bruto jaarsalaris sparen. Voor het bruto jaarsalaris telt mee: het maandsalaris, de 13e maand, het vakantiegeld en de winstuitkering. Is uw medewerker 61, 62, 63, of 64 jaar op 31 december 2015? Dan geldt het maximum van 12% niet.
  • In totaal mag de medewerker tot 210% van het bruto jaarsalaris sparen. Daarna kan er nog wel rente bij komen. Neemt uw medewerker geld op? Dan mag opnieuw gespaard worden tot 210%.
  • De percentages gelden voor het totale tegoed van alle levensloopregelingen van uw medewerker samen.

De levensloopverlofkorting

Als gevolg van een wetswijziging bouwt de deelnemer geen nieuwe levensloopverlofkorting meer op. De levensloopverlofkorting is een korting op de belasting voor elk jaar dat de deelnemer heeft gespaard met een levenslooprekening. De korting is € 207 per spaarjaar (bedrag 2015). Heeft uw medewerker vanaf 2006 elk jaar een levensloopregeling gehad? En de korting nog niet eerder gebruikt? Dan blijven opgebouwde rechten tot en met 31 december 2011 gewoon bestaan en mogen worden verrekend. Dit is dus maximaal 6 x € 207,-. Mits niet eerder opgenomen en mits 6 jaar ingelegd. Als er ruimte voor is en de pensioenuitvoerder is akkoord, kan een deelnemer het geld overhevelen naar zijn pensioenregeling. De levensloopverkorting wordt dan niet verrekend.

Levenslooptegoed en met pensioen gaan

Uw medewerker moet het levenslooptegoed opnemen voor hij de AOW-leeftijd bereikt of met pensioen gaat. Doet hij dat niet? Dan wordt het hele levenslooptegoed in 1 keer belast in box 1. Kort voor hij de AOW-leeftijd bereikt of met pensioen gaat. Dat kan financieel nadelig voor uw medewerker zijn. Is uw medewerker al met pensioen en heeft hij nog geen belasting betaald over het levenslooptegoed? Dan kan hij een naheffing krijgen van de Belastingdienst.

Uw medewerker kan zijn levenslooptegoed toevoegen aan zijn pensioenpot. U en de pensioenuitvoerder(s) moeten daar wel mee akkoord gaan. De belastingheffing wordt dan uitgesteld. Uw medewerker betaalt pas belasting als hij de (hogere) pensioenuitkeringen krijgt. Mogelijk betaalt hij dan een lager belastingtarief. Dit moet wel op tijd geregeld zijn: vóórdat uw medewerker met pensioen gaat of de AOW-leeftijd bereikt. Anders loopt hij het risico dat de Belastingdienst al eerder met hem afrekent. Overdracht naar zijn pensioenpot kan dan niet meer.

De bronrekening

De bronrekening is de rekening die u gebruikt om de inleg van uw medewerkers die deelnemen aan de levensloopregeling bij Centraal Beheer, over te maken. Geld dat van een ander rekeningnummer binnenkomt, storten wij automatisch terug. Dit zijn wij verplicht vanuit wetgeving. Daarom is het belangrijk dat u het aan ons doorgeeft als uw rekeningnummer wijzigt. Maakt een deelnemer gebruik van de opnamemogelijkheid, dan maken wij dit bedrag over naar de bij ons bekende bronrekening. Om als werkgever uw bronrekening te wijzigen, stuurt u ons een mail naar: personeelsvoorzieningen@centraalbeheer.nl. Wijzigingen in deelnemersgegevens kunt u ons laten weten via: bankadministratie@centraalbeheer.nl.