Wintersport

6 smakelijke termen

De pizzapunt is misschien wel de meest bekende wintersportterm. Vooral in de kinderklasjes wordt dit als eerste aangeleerd. Ook wel belangrijk, want met een pizzapunt kunt u afremmen. U zet de punten van uw skies naar elkaar, zodat ze een pizzapuntje' vormen. In het Duits klinkt het een stuk minder lekker.

De pannenkoekenlift is een lift met kleine ronde zitvlakken. Schuif zo'n pannenkoek onder uw billen en u bent in een oogwenk bovenop de helling.

De banaan klinkt heel gezond. Maar als u tijdens wintersport met een banaan te maken krijgt, zit u in een minder gezonde situatie. Het is namelijk een soort brancard waarin gewonde wintersporters in veiligheid gebracht worden. De brancard hangt tussen 2 hulpverleners in en lijkt door de halfronde vorm op een banaan.

Skiet u door Champaign powder? Dan heeft u geluk! Want dit is de mooiste sneeuw die er is. Het is fijne poedersneeuw die zacht, droog en erg koud is. Door de lage temperatuur gaat de sneeuw niet aan elkaar kleven. Deze sneeuwsoort komt u niet snel in Europa tegen. Meestal in koudere gebieden, zoals Canada of de Verenigde Staten.

Een andere naam voor slush is ook wel pap. Nou, dan weet u wel wat dat betekent: slechte sneeuw! Aan het einde van een zonnige dag is de sneeuw meestal plakkerig en papperig.

Na een dagje skiën weet u wat spaghetti- of puddingbenen zijn. Uw spieren zijn moe en u staat een beetje wiebelig op uw benen. Tijd voor een stevige maaltijd: echte spaghetti en als toetje een lekker puddinkje!