Bestelbusje in het water

Een verkeerde afslag met een dure afloop.

Wanneer is de weginrichting zó onduidelijk dat de gemeente aansprakelijk is?
Publicatiedatum 1 okt 2026 Leestijd 5 minuten
Een bestuurder van een autohoogwerker reed, in een pas opgeleverde woonwijk, rechtstreeks een gracht in. Volgens de gemeente, als wegbeheerder, had hij beter moeten opletten. De rechtbank volgde dit standpunt niet. De inrichting van de weg gaf onder de omstandigheden onvoldoende duidelijke aanwijzingen dat de weg ophield en de gracht begon. Ook het beroep van de gemeente op de CROW-richtlijnen kon aansprakelijkheid niet voorkomen.
Busje in water

Autohoogwerker belandt in de gracht.

Een monteur was onderweg om defecte straatverlichting te repareren en kwam voor het eerst op deze locatie. Het was vroeg in de ochtend. Het schemerde, er hing nevel en het wegdek was nat. De bestuurder reed naar eigen zeggen stapvoets. Toen hij dacht af te slaan, reed hij via een verlaagde trottoirband de gracht in. De bestuurder kwam met de schrik vrij, maar de autohoogwerker raakte zwaar beschadigd. De schade werd vastgesteld op € 46.860 exclusief btw. De verzekeraar van de autohoogwerker vergoedde de schade en stelde vervolgens de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk.

Volgens de wegbeheerder was de situatie voldoende duidelijk.

De verzekeraar stelde zich op het standpunt dat er sprake was van een onrechtmatige, gevaarzettende situatie (artikel 6:162 BW). Daarbij wees zij erop dat op dezelfde locatie enkele maanden eerder al een voertuig de gracht was ingereden. Volgens de verzekeraar had de gemeente naar aanleiding daarvan veiligheidsmaatregelen moeten treffen.  

De gemeente wees aansprakelijkheid van de hand. Volgens haar voldeed de inrichting van de locatie aan de eisen die daaraan mochten worden gesteld en aan de CROW-richtlijnen. Ook was zij naar eigen zeggen niet bekend met het eerdere ongeval. Daarnaast voerde zij aan dat de bestuurder onvoldoende oplettend was geweest. Volgens haar had hij, mede gelet op de aanwezige straatverlichting, moeten kunnen zien waar de rijbaan liep. Bovendien mocht van hem als professioneel weggebruiker extra voorzichtigheid worden verwacht. De rechtbank volgde de gemeente daarin niet. 

Wat zeggen de Kelderluikcriteria? 

De rechtbank beoordeelt vervolgens aan de hand van de bekende Kelderluikcriteria of van de gemeente mocht worden verwacht dat zij maatregelen trof. Deze criteria spelen een rol wanneer een wegbeheerder een gevaarlijke situatie kent of had moeten kennen. Niet ieder mogelijk gevaar verplicht immers tot ingrijpen. Of maatregelen noodzakelijk zijn, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Bij die beoordeling wordt gekeken naar:
  • de kans dat een weggebruiker niet voldoende oplettend of voorzichtig is; 
  • de kans dat daardoor een ongeval ontstaat;
  • de mogelijke ernst van de gevolgen;
  • in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is voor de wegbeheerder.  
Daarbij weegt mee dat gemeenten beschikken over beleidsvrijheid en beperkte financiële middelen. Tegelijkertijd moet een wegbeheerder rekening houden met het feit dat weggebruikers niet altijd volledig oplettend zijn. In deze zaak achtte de rechtbank van belang dat een moment van onoplettendheid ernstige gevolgen kon hebben, terwijl eenvoudige maatregelen het risico hadden kunnen beperken. Daarom mocht volgens de rechtbank meer van de wegbeheerder worden verwacht. 
Hoogwerker in het water

Waar ging het mis? 

Voor de rechtbank was vooral van belang hoe duidelijk de situatie was onder de omstandigheden die zich daadwerkelijk voordeden. De rijbaan en het trottoir waren uitgevoerd in dezelfde soort klinkers en de verlaagde trottoirband liep door tot aan de gracht. Tijdens het ongeval was sprake van schemering, nevel en een nat wegdek. De rechtbank benadrukte dat dit in Nederland geen ongebruikelijke omstandigheden zijn. De inrichting had daarom ook onder dergelijke omstandigheden voldoende duidelijk moeten zijn. Omdat bovendien duidelijke waarschuwingen, zoals een bord, reling of markering, ontbraken, achtte de rechtbank het aannemelijk dat de bestuurder de gracht voor een vervolg van de weg had aangezien. Volgens de rechtbank hadden deze relatief eenvoudige en weinig kostbare maatregelen dit risico aanzienlijk kunnen verkleinen. Daarbij woog mee dat het een nieuwbouwwijk betrof en de situatie voor weggebruikers mogelijk nog onbekend was.

Dat de gemeente geen kennis had van het eerdere incident waarbij een voertuig in de gracht was gereden, maakte het oordeel van de rechtbank niet anders. Volgens de rechtbank had zij ook zonder die kennis moeten onderkennen dat de situatie gevaarzettend was. Voor aansprakelijkheid is dus niet altijd vereist dat een concreet eerder incident of een klacht bekend was.

Voldoen aan de CROW-richtlijnen is niet altijd voldoende.

Interessant voor wegbeheerders is het beroep van de gemeente op de CROW-richtlijnen. Volgens de gemeente voldeed de inrichting daaraan. Dat was voor de rechtbank niet beslissend. Geschreven veiligheidsnormen zijn relevant bij de beoordeling van aansprakelijkheid, maar bepalen niet zonder meer de uitkomst. Ook wanneer een inrichting aan toepasselijke voorschriften of richtlijnen voldoet, kan de concrete situatie toch onrechtmatig en gevaarzettend zijn. Doorslaggevend is of de inrichting onder voorzienbare omstandigheden voldoende veilig en duidelijk is.

Geen eigen schuld van de bestuurder.

Ook het beroep op eigen schuld (artikel 6:101 BW) slaagde niet. De bestuurder reed stapvoets en kreeg door de verlaagde trottoirband geen duidelijke waarschuwing dat hij van de rijbaan afweek. Gelet op het beperkte zicht en het ontbreken van waarschuwingen achtte de rechtbank eventuele onoplettendheid van de bestuurder onvoldoende om eigen schuld aan te nemen.

Conclusie: de gemeente is aansprakelijk. 

De gemeente werd aansprakelijk gehouden voor de schade. Volgens de rechtbank was de inrichting van de weg onder de gegeven omstandigheden onvoldoende duidelijk en had de gemeente eenvoudige maatregelen kunnen treffen om het risico op een ongeval te beperken.

Aanbevelingen voor wegbeheerders. 

  • Kijk verder dan technische richtlijnen: het voldoen aan CROW-richtlijnen is relevant, maar biedt geen garantie tegen aansprakelijkheid.
  • Toets de inrichting aan de omstandigheden in de praktijk: beoordeel een locatie niet alleen onder ideale omstandigheden, maar ook bij voorzienbare omstandigheden waarin het zicht wordt beperkt, zoals schemering, nevel, regen en een nat wegdek.
  • Ga niet uit van de altijd oplettende weggebruiker: een zekere mate van onoplettendheid moet bij de inrichting van openbare ruimte worden ingecalculeerd.
  • Zorg voor een goede interne registratie van incidenten: een eerder ongeval was in deze zaak niet aantoonbaar bij de gemeente bekend. Een goede terugkoppeling van incidenten kan helpen om gevaarlijke situaties eerder te signaleren.

Rechtbank Den Haag 29 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10242

Door Gina Heidari