Een schrikhek dat niet (op tijd) afschrikt

Een aannemer plaatst in opdracht van de gemeente een schrikhek ter afsluiting van de weg. Is de gemeente aansprakelijk voor de aanwezigheid van een schrikhek dat onvoldoende zichtbaar is? Deze vraag stond centraal in een recente zaak tussen de gemeente en de verzekeraar van een automobilist. De rechtbank oordeelde van wel, maar zag ruimte voor eigen schuld.

28 mei 2026 5 minuten

Het ongeval

Op een avond in november 2023 vond een aanrijding plaats tussen twee automobilisten waarbij een voertuig achterop de ander botste. De partijen reden op een weg waar de maximaal toegestane snelheid 80 km/u was. De voorste partij moest een noodstop maken, omdat er een schrikhek op de rijbaan stond. De achteropkomende partij kon niet meer op tijd remmen en botste achter op het voertuig van de voorste partij. De achterste partij heeft naast voertuigschade ook letselschade opgelopen.

Het verwijt

De achteropkomende partij (verzoeker) stelt de gemeente aansprakelijk voor gevaarzetting op de openbare weg. De verzoeker stelt de gemeente primair aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW en subsidiair op grond van artikel 6:162 BW. De achteropkomende partij beroept zich op de welbekende Kelderluik-criteria. Het schrikhek stond ongeveer 120 meter voor een rotonde. Het hek zou onverlicht zijn en weggebruikers zouden niet, of niet tijdig, zijn gewaarschuwd met waarschuwings- of verkeersborden met snelheidsbeperking. De kans op schade is groot. Tenslotte zouden er ook al eerder meerdere meldingen zijn binnengekomen over deze gevaarlijke situatie. Kortom: de gemeente heeft zich niet gehouden aan de op haar rustende zorgplicht.

Het verweer van de gemeente

De verzekeraar van de gemeente heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen. De gemeente voert primair aan dat zij niet de aan te spreken partij is. De gemeente had de werkzaamheden, en de daarbij horende maatregelen, uitbesteed aan een aannemer. Daarnaast stelt zij zich op het standpunt dat er geen sprake is van een gebrekkige opstal in de zin van artikel 6:174 BW of van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Volgens de gemeente is er geen sprake van gevaarzetting, omdat verzoeker niet voldoende heeft onderbouwd dat het schrikhek onveilig of onjuist was geplaatst. De gemeente stelt dat de verkeersmaatregelen op orde waren, omdat de bebording conform tekening van de aannemer is geplaatst. Dit is bevestigd door de aannemer. De bebording van het schrikhek is reflecterend en daarom zichtbaar bij verlichting. Bovendien waren het L08-bord, de omleidingsborden en een voorafgaand schrikhek aanwezig. Volgens de gemeente was de kans op schade beperkt en waren de maatregelen proportioneel. 

De rechtbank acht de gemeente aansprakelijk

De rechtbank schaart zich achter het standpunt van de verzoeker. De rechtbank laat de beoordeling van de grondslag voor een gebrekkige opstal (6:174 BW) buiten beschouwing, omdat de rechtbank van mening is dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW. De gemeente is dus aansprakelijk voor de schade.

De rechtbank toetst hierbij aan de Kelderluik-criteria. De rechtbank geeft in de eerste plaats aan dat op de gemeente de zorgplicht rust dat de weg veilig is voor weggebruikers. Verder neemt de rechtbank de volgende omstandigheden in acht:

  • De gemeente was op de hoogte van de aanwezigheid van het schrikhek. Dit is namelijk geplaatst volgens goedgekeurde werktekeningen. 
  • Er was onvoldoende duidelijke signalering. De bebording gaf niet duidelijk (genoeg) aan dat de weg 120 meter vóór de rotonde was afgesloten.
  • Er was sprake van een misleidende verkeerssituatie. Vanuit andere richtingen zou een afsluiting niet duidelijk genoeg zijn geweest. 
  • Het schrikhek is geplaatst op een donkere, landelijke weg waar de maximaal toegestane snelheid 80 km/u is. Langs de weg stond geen verlichting, waardoor de zichtbaarheid slecht was. 
  • De borden en het schrikhek waren slecht zichtbaar en niet verlicht. Hierdoor was er weinig reactietijd. Dit verhoogt de kans op een ongeval. 
  • De gevolgen van een ongeval zijn potentieel ernstig.

Gelet op het voorgaande had de gemeente rekening moeten houden met beperkte oplettendheid en (lichte) snelheidsovertredingen. De rechtbank is van mening dat de gemeente onvoldoende maatregelen heeft genomen, terwijl deze wel eenvoudig mogelijk waren. De gemeente had extra veiligheidsmaatregelen kunnen treffen, zoals waarschuwingslichten of verkeersregelaars in de avond. Deze maatregelen zijn relatief goedkoop en effectief. De gemeente heeft ook onvoldoende gecontroleerd, ondanks de verschillende meldingen over de wegwerkzaamheden die zijn binnengekomen.

Tenslotte merkt de rechtbank nog op dat de uitbesteding aan een aannemer de gemeente niet ontslaat van de eigen zorgplicht. Uiteindelijk blijft de gemeente verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg.

De rechtbank ziet ruimte voor eigen schuld bij verzoeker

In dit geval oordeelt de rechtbank dat bij verzoeker sprake is van eigen schuld op grond van artikel 6:101 BW. Verzoeker is namelijk achterop zijn voorganger gereden. Dit houdt in dat de verzoeker onvoldoende oplettendheid heeft betracht en dat er te weinig is geanticipeerd. De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van 75% van de schade. Daarmee blijft 25% van de schade voor eigen rekening van de verzoeker. 

Ten slotte een aanbeveling

Deze uitspraak benadrukt dat de zorgplicht van de wegbeheerder verder reikt dan het volgen van werktekeningen alleen, ook bij uitbesteding aan een aannemer. In tijdelijke verkeerssituaties moet niet alleen naar de aanwezige bebording, maar vooral naar de feitelijke begrijpelijkheid en zichtbaarheid voor de weggebruiker worden gekeken, zeker bij duisternis en hogere snelheden.

Tips

Toets werkzaamheden en afsluitingen altijd integraal aan de praktijk:
  • Is de situatie intuïtief duidelijk voor een gemiddelde weggebruiker?
  • Is de signalering ook onder minder ideale omstandigheden (donker of bij hogere snelheid) voldoende zichtbaar?
  • Zijn extra maatregelen (zoals verlichting of verkeersregelaars) nodig om risico’s te beperken?

Een proactieve en kritische benadering van tijdelijke verkeersmaatregelen kan aansprakelijkheid voorkomen én draagt direct bij aan verkeersveiligheid.