Wat is wel en niet waar over strooizout

Feiten en fabels

Zout verlaagt het vriespunt van de weg met een aantal graden. De weg wordt dan minder snel glad. Maar auto’s en vrachtwagens moeten het zout nog wel eerst in het asfalt rijden. En ook daarna kan het nog glad zijn. Dus pas altijd uw rijstijl aan bij vorst en sneeuw.
Dat klopt. De temperatuur is ’s nachts het laagst. Er wordt preventief gestrooid om het vriespunt van vocht met een aantal graden te verlagen. Daardoor wordt de weg minder snel glad. Rijkswaterstaat strooit ook wel overdag. Bijvoorbeeld als het sneeuwt of het ijzelt. Waar er is gestrooid, staat in de strooikaart van Rijkswaterstaat.
Binnen 2 uur leggen 546 strooiwagens 10.000 km af om alle snelwegen plus op- en afritten te strooien. Dat gebeurt met maar liefst 800 chauffeurs. Bovendien zijn nog 400 man bezig met het coordineren en het laden van de strooiwagens.
Het Gladheidmeldsysteem (GMS) waarschuwt automatisch voor heel Nederland wanneer er kans op gladheid ontstaat. De temperatuur van het wegdek, de luchtvochtigheid en het zoutgehalte op de weg bepalen de gladheid. Het meten gebeurt met sensoren in de weg.
Strooizout verlaagt het vriespunt van water. Hierdoor bevriest het niet als het bijvoorbeeld -1 graad Celcius is. Maar het vriest wel bij -10 graden Celcius. Daardoor werkt strooizout bij deze temperatuur niet goed meer. Overigens valt er bij deze temperatuur zelden sneeuw, waardoor het ook zelden glad wordt. Strooizout is dan niet nodig.
Door strooizout te strooien, maakt Rijkswaterstaat het op de weg veiliger. Maar strooizout heeft ook een nadeel: het is niet goed voor uw auto. Het metaal van uw auto heeft meer last van water als er zout zit. Het roest dan sneller. Hier hebben vooral oudere auto’s last van. Heeft u op een weg gereden waar veel zout ligt? Ga dan naar de wasstraat. Of was zelf het zout eraf.
Ook als u rijdt of fietst als het glad is, is het belangrijk dat u voorzichtiger bent dan normaal. Er wordt van u verwacht dat u zich aanpast aan de omstandigheden. Als u op een gladde weg een ongeluk veroorzaakt, bent u hiervoor aansprakelijk. Soms maken verzekeraars hierop een uitzondering. Bijvoorbeeld als u kunt aantonen dat de wegbeheerder de weg niet goed onderhouden heeft. Of op een andere manier voor een onveilige situatie heeft gezorgd. De wegbeheerder is meestal de provincie of gemeente.