De vrijheid van Zelf Beleggen

Standaard beleggen wij het pensioenkapitaal in lifecycle Neutraal 

Het kan zijn dat de werkgever de keuze voor Zelf Beleggen heeft opgenomen in de pensioenregeling. Heeft de deelnemer zelf beleggingservaring? Wil hij zelf de vrijheid hebben om zijn pensioenkapitaal te beleggen? Wil hij zelf bepalen welk risico hij bereid is te nemen? Dan kan hij voor Zelf Beleggen kiezen.

Voor wie is Zelf Beleggen geschikt en voor wie niet?

Zelf Beleggen is geschikt voor deelnemers die voldoende kennis en ervaring hebben met beleggen en zelf actief keuzes willen maken over hun pensioenkapitaal. Het is minder geschikt voor deelnemers die weinig ervaring hebben of liever niet zelf verantwoordelijkheid nemen voor beleggingskeuzes en de bijbehorende risico’s.

Zelf Beleggen brengt risico’s met zich mee

Neem bij pensioen alleen risico’s die bij de financiële situatie passen:

  • De deelnemer wil volledig zelfstandig de beleggingen selecteren en zelf verantwoordelijk zijn dat de beleggingen passen bij zijn situatie. De deelnemer beschikt over voldoende kennis en ervaring op het gebied van beleggen.
  • De deelnemer gaat akkoord met de kosten die zijn verbonden aan Zelf Beleggen zodra hij de beleggingen aanpast.
  • De deelnemer volgt de ontwikkelingen rondom beleggingen. Als de markt wijzigt of als de persoonlijke situatie verandert, dan past hij de beleggingen hierop aan.
  • De deelnemer wil kans maken op een hoger pensioenkapitaal en hij heeft inzicht in de mogelijke rendementen en risico’s van beleggen. De deelnemer loopt het risico dat de pensioenuitkering ook lager kan uitvallen.

Het betekent ook dat de deelnemer zelf de verdeling van de beleggingen aanpast richting zijn pensioenleeftijd.

Zo werkt Zelf Beleggen

Als de deelnemer denkt dat Zelf Beleggen bij hem past, kan hij verder met de volgende stappen.

Op zijn persoonlijke pensioenportaal vult hij een vragenlijst in. Deze gaat over zijn doelstellingen, financiële positie en risicobereidheid. Ook staan er vragen in over zijn kennis en ervaring met beleggen. De uitkomst is een risicoprofiel en dit geeft de persoonlijke grenzen voor beleggen aan voor de deelnemer.

Hieronder staat per risicoprofiel een omschrijving.

  1. Zeer defensief: De deelnemer vindt de zekerheid van een bepaalde (lagere) opbrengst belangrijker dan de kans op een hoger, maar onzeker rendement.
  2. Defensief. De deelnemer realiseert zich dat beleggen op de langere termijn verstandig is, maar wil de risico's zoveel mogelijk beperken.
  3. Matig defensief. De deelnemer kent de beleggingsrisico's en wenst met een beperkt deel van het pensioenkapitaal in aandelen te beleggen.
  4. Matig offensief. De deelnemer is vertrouwd met de kansen en risico's van beleggen. Eigenlijk zou de deelnemer meer in aandelen willen beleggen, maar ziet dat toch als een te groot risico.
  5. Offensief. Als de beurs een keer daalt, maakt de deelnemer zich niet direct grote zorgen. De deelnemer heeft het pensioenkapitaal voorlopig niet nodig en weet dat er een goede kans is dat de koersdalingen op termijn weer goedgemaakt kunnen worden.
  6. Zeer offensief. De deelnemer streeft naar een hoger rendement over een behoorlijk lange periode. De deelnemer raakt niet in paniek als de koersen sterk dalen. De verwachting is dat er op termijn weer voldoende rendement behaald wordt.

Het is verdeeld over de 4 categorieën:

  • Aandelen (hoog risico)
  • Alternatieve beleggingen (gemiddeld risico)
  • Obligaties (laag risico)
  • Liquiditeiten (zeer laag risico)

Voor het bepalen van zijn beleggingsportefeuille raden we aan om eerst de beleggingsinformatie per beleggingsfonds op het pensioenportaal te lezen. Daarna kiest de deelnemer een verdeling van beleggingsfondsen. Kiest de deelnemer een verdeling van beleggingsfondsen dat niet bij zijn risicoprofiel past? Dan ziet hij in zijn pensioenportaal een waarschuwing om zijn beleggingsportefeuille aan te passen.

Het pensioenkapitaal minder risicovol beleggen?

Dan heeft de deelnemer de mogelijkheid om te beleggen in het Liquiditeitsfonds. Dit is een beursgenoteerd beleggingsfonds. De deelnemer koopt kortlopende obligaties bij verschillende banken. Hierdoor spreidt de deelnemer het risico van zijn inleg. De rentevergoeding van het Liquiditeitsfonds is ongeveer gelijk aan de marktrente. De deelnemer loopt hierdoor minder risico op grote koersschommelingen. Daar staat tegenover dat het verwacht rendement lager is, waardoor het risico bestaat dat het pensioen lager uitvalt.

Het is belangrijk om de risico’s te spreiden

Door zijn beleggingen te verdelen over verschillende beleggingscategorieën spreidt de deelnemer het risico. Dat doet hij ook door binnen deze beleggingscategorieën te kiezen voor meerdere beleggingsfondsen uit verschillende regio’s. In onderstaande tabel is te zien hoe binnen de beleggersprofielen wordt belegd in de verschillende beleggingscategorieën.

Let op

Kiest de deelnemer ervoor om te beleggen met een lager risico, dan is de kans op rendement kleiner. Zijn pensioenopbouw kan dan lager zijn. Als hij het lastig vindt om deze risico’s in te schatten, dan is Zelf Beleggen niet geschikt voor hem.

Risicoprofiel Aandelen Alternatieve  beleggingen Obligaties Liquide middelen
Zeer defensief 0% 0% 90% 10%
Defensief 20% 0% 70% 10%
Matig defensief 35% 0% 55% 10%
Matig offensief 55% 0% 35% 10%
Offensief 75% 0% 15% 10%
Zeer offensief 90% 0% 0% 10%

In welke beleggingsfondsen beleggen?

Op zijn persoonlijke pensioenportaal ziet de deelnemer de beleggingsfondsen waaruit gekozen kan worden. Vaak kan hij per beleggingscategorie kiezen uit meerdere beleggingsfondsen. Daarnaast kan hij kiezen voor beleggingsfondsen die een mix zijn van verschillende beleggingscategorieën.

Zo kiest de deelnemer voor Zelf Beleggen 

  1. Hij bepaalt of Zelf Beleggen bij hem past.
  2. Hij kiest voor Zelf Beleggen op zijn persoonlijke pensioenportaal. Hij kan altijd weer switchen naar lifecycle beleggen.
  3. Hij vult een vragenlijst in waarmee we zijn risicoprofiel kunnen vaststellen.
  4. Zodra we het risicoprofiel hebben vastgesteld is dit profiel zichtbaar op het persoonlijke pensioenportaal onder ‘Hoe beleg je’.
  5. Hij kan op ieder moment zijn risicoprofiel opnieuw vast laten stellen. Bijvoorbeeld jaarlijks of als zijn persoonlijke situatie is veranderd.
  6. Op zijn pensioenportaal stelt hij zijn beleggingsportefeuille samen. Hij kiest dan uit verschillende beleggingsfondsen. We passen de beleggingen aan. Bij sommige fondsen kan het tot 10 werkdagen duren voordat alles is afgerond.
  7. Op zijn pensioenportaal ziet de deelnemer een actueel overzicht van zijn beleggingen en transacties. Als het nodig is, kan hij zijn beleggingsportefeuille aanpassen.

Goed om te weten

  • De beleggingsmix is zo vaak aan te passen als de deelnemer wil. Bij sommige fondsen kan het tot 10 werkdagen duren voordat de beleggingskeuze is verwerkt.
  • De deelnemer kan altijd weer kiezen voor lifecycle beleggen.
  • Op zijn persoonlijke pensioenportaal ziet hij de actuele koersen, het verwachte pensioenkapitaal op pensioendatum en een schatting van het pensioen dat hij hiermee kan aankopen.
  • Ieder jaar ontvangt de deelnemer een brief van ons waarin we aanraden om te controleren of de beleggingen nog passen bij het risicoprofiel van de deelnemer. En dit aan te passen als dat nodig is. Bijvoorbeeld omdat de persoonlijke situatie is gewijzigd.

De risico’s van Zelf Beleggen

Het risico op een (te) laag pensioen ligt bij de deelnemer

De deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de beleggingen. Waar de deelnemer in belegt, kan bepalend zijn voor de hoogte van het verwachte pensioenkapitaal. En daarmee grotendeels de hoogte van het pensioen dat hij straks kan aankopen. Dit pensioen kan lager zijn dan hij had verwacht.

Het beleggingsrisico ligt bij de deelnemer

De deelnemer bepaalt namelijk zelf hoe hij belegt. Bijvoorbeeld door de beleggingen te spreiden over meerdere beleggingsfondsen uit verschillende beleggingscategorieën. Of defensiever te gaan beleggen als hij dichter bij zijn pensioendatum komt. Het beleggingsrisico en het afbouwen ervan ligt bij de deelnemer.

Het renterisico ligt bij de deelnemer

Als de deelnemer met pensioen gaat, koopt hij met het opgebouwde pensioenkapitaal een vaste of variabele pensioenuitkering aan. In het algemeen geldt: hoe hoger zijn pensioenkapitaal, hoe hoger zijn pensioenuitkering. Maar de hoogte van een pensioenuitkering is ook afhankelijk van de rentestand op zijn pensioendatum. Bij een lage rente kan hij met zijn pensioenkapitaal een lagere pensioenuitkering aankopen dan bij een hogere rente. Het risico van de rente en het afbouwen van dat risico ligt bij de deelnemer.

De kosten voor Zelf Beleggen

Beheerkosten

Deze worden jaarlijks ingehouden op het pensioenkapitaal van de deelnemer. Het is een percentage van het belegd vermogen. In het pensioenreglement staat hoe hoog de beheerkosten zijn. Het pensioenreglement is voor werkgevers te vinden op het werkgeversportaal. Deelnemers vinden het reglement op hun persoonlijke pensioenportaal.

Fondskosten

Dit zijn de kosten die de beleggingsfondsen maken voor het beheren, bewaren, registreren en administreren van het beleggingsfonds. Deze kosten verschillen per beleggingsfonds. Ze worden van het behaalde rendement afgetrokken. De fondskosten zijn terug te vinden in de factsheet van het betreffende fonds.

Transactiekosten

Bepaalde beleggingsfondsen gebruiken op- en afslagkosten. Dit zijn kosten die worden verwerkt in de koers bij aan- en verkoop van participaties, ter dekking van de transactiekosten die het fonds maakt. Zo worden bestaande deelnemers beschermd tegen kosten die ontstaan door in- en uitstroom van andere beleggers.

Meer informatie

  • Op zijn persoonlijke pensioenportaal vindt de deelnemer informatie over zijn inleg en de actuele waarde van zijn beleggingen.
  • Ook op zijn Uniform Pensioenoverzicht vindt de deelnemer meer informatie.