Even delen

Zonnepanelen op de huurwoningen
Op weg naar een beter energielabel voor de huizen


Als woningcorporatie heb je de beschikking over enorme oppervlakten aan dak. Die oppervlakte is uitstekend te gebruiken voor zonnepanelen. De mogelijkheden zijn oneindig. Dus waar moet je op letten en hoe pak je het aan?

Als gevolg van het Convenant Energiebesparing Huursector dat in 2012 werd getekend, zijn zonnepanelen enorm belangrijk geworden. De woningcorporaties hebben namelijk afgesproken dat in 2020 het gemiddelde energielabel van huurhuizen Energielabel B is. Zonder een duurzame energiebron wordt het moeilijk om dat energielabel te halen. Zonnepanelen zijn doorgaans relatief eenvoudig in te passen en daardoor aantrekkelijk.

Het hele dak vol?
Het gemiddelde dakoppervlak van een huurwoning is zo’n vijftig á zestig vierkante meter. Daarvan is slechts de helft geschikt, omdat de panelen aan de zonkant moeten liggen. In de schaduw leveren ze logischerwijs (vrijwel) niets op. Van het stuk dak dat wel gunstig ligt ten opzichte van de zon, valt nog weer een groot deel af. Schoorstenen, dakkapellen en dakgoten nemen allemaal ruimte in beslag die niet meer voor zonnepanelen gebruikt kan worden. Daardoor is gemiddeld een kwart van het gunstig gesitueerde dakoppervlak geschikt voor zonnepanelen. Dus zo’n tien tot vijftien vierkante meter per huis.

Ook die oppervlakte hoeft men niet helemaal vol te leggen. Het is gunstig als de zonnepanelen niet meer opwekken dan er verbruikt wordt. Omdat de teruglevering van energie slechts een marginale vergoeding oplevert, is een oppervlakte van vijf tot tien vierkante meter per eengezinswoning vaak al voldoende.

Wie investeert?
Hoe zie ik de investering terug? Betalen huurders de panelen, of betaalt de corporatie alles? Er zijn meerdere opties. De meest makkelijke is om de zonnepanelen onderdeel te maken van het gehuurde. Op die manier wordt het energielabel van de woning groener en pakt het financieel zowel voor de huurder als de woningcorporatie positief uit. De kosten voor de corporatie worden verrekend met een hogere huur aangezien de woningwaardering hoger wordt. De huurder ziet tegelijkertijd zijn energiekosten dalen. Indien de huurder een laag inkomen heeft, zal zijn huurtoeslag ook verhoogd worden aan de nieuwe huurprijs.

Een andere optie is om een leverancier van groene stroom in te schakelen. Die organisatie biedt de zonnepanelen rechtstreeks aan de bewoners aan in combinatie met een leveringsovereenkomst voor de totale huishoudelijke elektra. In dit geval hoeft de woningcorporatie zelf niet te investeren, maar wordt het energielabel wel positiever. Nadeel is wel dat een nieuwe huurder niet is te verplichten om datzelfde contract te tekenen. Dat is op te lossen door de zonnepanelen door de woningcorporatie over te laten nemen, en in de kale huur te verwerken.

Nog een andere optie is om een externe onderneming de zonenpanelen te laten exploiteren en financieren. De woningcorporatie sluit een contract af met de onderneming, en huurders betalen de onderneming een vergoeding in de vorm van servicekosten. De servicekosten zijn echter hoogstwaarschijnlijk hoger dan de opbrengsten voor de huurder.

Als laatste kan de huurder ook zelf de zonnepanelen aanschaffen of leasen. De panelen worden dan een Zelf Aangebrachte Voorziening. Er zijn dus geen kosten voor de woningcorporatie. Een nadeel is dat als de huurder vertrekt, diegene zijn zonnepanelen mee kan nemen, en het energielabel dus weer minder groen wordt. Wil de woningcorporatie het energielabel behouden, dan zal ze de zonnepanelen van de huurder moeten overnemen.

Beginnen met vergroening
Woningcorporaties worden regelmatig benaderd door leveranciers van zonnepanelen. Een proactieve aanpak is echter beter. Stel doelstellingen vast en maak een programma hoe je die wilt bereiken. Bekijk goed welke huizen in aanmerking komen, en de wijze van exploitatie van de zonnepanelen.