Inkomen

De 3 belangrijkste vragen van zzp’ers over arbeidsongeschiktheid 

Inkomen

Het onderwerp inkomen bij arbeidsongeschiktheid wordt steeds belangrijker voor zzp’ers. In dit artikel beantwoordt Marc Bruines, Specialist Inkomen bij Centraal Beheer, de 3 belangrijkste vragen van zzp’ers over arbeidsongeschiktheid.

21 jun 2021
4 minuten

Waarom zou een ondernemer zich tegen arbeidsongeschiktheid moeten verzekeren? Met voldoende spaargeld en bijvoorbeeld de overwaarde van een eigen huis kom je toch ook een heel eind?

“Zolang de verplichte AOV er nog niet is, hebben ondernemers de vrije keuze. Niets doen is net zo goed een optie als verzekeren. Het hangt er maar vanaf welk risico je bereid bent te nemen. Laten we ervan uitgaan dat de meeste zzp’ers wel weten dat het verstandig is om een periode van ziekte te kunnen overbruggen. Dat kan in sommige gevallen met spaargeld. Gemiddeld heeft een zzp’er 2.000 euro per maand aan lasten, inclusief alles. Als je geen spaargeld hebt en geen inkomen van bijvoorbeeld een partner, dan ben je aangewezen op de bijstand. Voor samenwonenden bedraagt dat 1685 euro per bruto maand. Dat is netto een bedrag van 1.296 euro. Een alleenwonende zzp’er krijgt 70% daarvan, wat overeenkomt met 1.113 euro per maand. Dan zien we dus dat daar per maand tussen de 700 en 900 euro bij moet. Dat lukt misschien nog als de ziekte niet langer duurt dan een maand of 2, maar dan moet de broekriem wel stevig aan worden getrokken. En als je een eigen huis hebt met meer dan 53.000 euro overwaarde of een spaarpotje van meer dan 12.500 euro, dan kom je zelfs helemaal niet in aanmerking voor de bijstand.”

“Bij arbeidsongeschiktheid hebben we het vaak over veel langere periodes dat iemand niet kan werken. En dat kan iedereen overkomen, zelfs de mensen met het meest veilige beroep. Want we gaan allemaal weleens op vakantie en we helpen allemaal weleens iemand te verhuizen. Stel nou dat je op je 40ste met een verhuisdoos vol boeken van de trap valt. Je moet er niet aan denken, maar het gebeurt elke dag. Er volgen operaties, revalidatietrajecten en noem maar op. Lang niet alle mensen zijn na zo’n ongeluk nog in staat hun werk te doen. Dan is een periode van je 40ste tot de pensioengerechtigde leeftijd een heel lange tijd. Om een inkomen van 2.000 euro per maand op te vangen met spaargeld moet je voor 5 jaar al rekenen met een spaarbuffer van 126.000 euro, inflatie meegerekend. En 20% van de arbeidsongeschiktheid duurt langer dan die 5 jaar. Zoals de periode in ons voorbeeld tot het pensioen, dat is 27 jaar. Dan hebben we het over een bedrag van meer dan een half miljoen euro spaargeld. Dat is voor niemand realistisch.”

Welke mogelijkheden zijn er voor zzp’ers om zich te verzekeren voor de kosten van arbeidsongeschiktheid?

“Broodfondsen van de Broodfondsmakers zijn al een aantal jaar interessant voor zzp’ers die zich willen verzekeren in verband met arbeidsongeschiktheid. Het principe wordt ook wel een schenkingskring genoemd waarbij tussen de 20 en 50 ondernemers zijn aangesloten. Iedereen legt een maandelijks bedrag in als premie. Bij een broodfonds is die inleg niet aftrekbaar van de belasting. Daar staat tegenover dat de uitkering bij ziekte wel belastingvrij is. Dat kan omdat de uitkering bestaat uit een aantal kleine schenkingen per maand van de overige deelnemers. En die schenkingen zijn belastingvrij..”

“Het is wel belangrijk om te bedenken dat een broodfonds maximaal 2 jaar uitkeert bij arbeidsongeschiktheid. Als je langere tijd niet kunt werken, dan is een aanvullende verzekering dus wel noodzakelijk. Daarom combineren veel zzp’ers een broodfonds met een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De meeste AOV’s hebben namelijk de mogelijkheid om een wachttijd van 2 jaar af te spreken. Dat betekent dat de verzekering pas na 2 jaar begint uit te keren. En dat scheelt aanzienlijk in de premie. In de praktijk ontvang je dan voor de 1e 2 jaar een uitkering van het broodfonds. Daarna neemt de AOV het over, tot het pensioen.” 

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is duur. Hoe kan een startende zzp’er dat opbrengen?

“Veel ondernemers vinden een AOV te duur. Vaak is dat maar een gevoel. De cijfers zeggen iets anders. Laten we weer even uitgaan van onze zzp’er van 40 jaar oud die 2.000 euro per maand omzet. Dat is per jaar 12 x 2.000 = 24.000 euro. Maximaal 90% kan daarvan worden verzekerd. Het verzekerd inkomen bedraagt dan 24.000 x 90% = 21.600 euro. Met een wachttijd van 1 maand is de premie dan 115 euro per maand. Met een wachttijd van 3 maanden is dat nog 93 euro. En reken dat nou eens om naar het uurloon. Bij een volledige werkweek bedraagt de premie dan 93 euro / 173 uur = 54 cent per gewerkt uur.

Toch is voor veel zzp’ers een broodfonds nog altijd erg aantrekkelijk. Dan heb je voor langdurige arbeidsongeschiktheid de mogelijkheid om een AOV af te sluiten met een wachttijd van 2 jaar. In hetzelfde voorbeeld van onze zzp’er bedraagt de AOV-premie dan per maand 71 euro. Per gewerkt uur is dat 71 euro / 174 uur = 40 cent. Dat is voor het grootste deel van alle zzp’ers nog te overzien.” 

Hoe krijgt u inkomen als u arbeidsongeschikt raakt?

Wilt u zelf berekenen hoeveel extra inkomen u nodig heeft in geval van arbeidsongeschiktheid? Op onze website staat een handige rekentool waarmee u direct inzicht krijgt in uw eigen situatie.