Onderweg
Onderweg

Rijtips bij gevaarlijke weersomstandigheden

In de herfst en winter is autorijden soms best een uitdaging. U ziet geen hand voor ogen door dichte mist. Of door gladheid lijkt de rit naar uw werk meer op de Elfstedentocht. Wilt u veilig van A naar B? Lees dan onze rijtips.

  • 18 sep 2017
  • 3 minuten
  • 0

1. Zorg altijd dat u een zonnebril in uw auto heeft

De zon staat in het najaar en in de winter erg laag. Dat is natuurlijk prachtig. En vaak zelfs oogverblindend. Letterlijk. Want door de laagstaande zon kunt u minder zien. Dat levert soms gevaarlijke situaties op. Zorg er daarom altijd voor dat u een zonnebril in de auto heeft. Daarmee kunt u de weg en de andere weggebruikers beter zien.

2. Pas uw snelheid aan als dat nodig is

Is het glad op de weg? Of kunt u minder goed zien door harde regen, sneeuw, zon of mist? Pas dan uw snelheid aan. U reageert sneller op onverwachte situaties als u langzamer rijdt. Bijvoorbeeld als uw voorligger ineens op de rem trapt. Of als er een fietser uit de mist verschijnt en de weg oversteekt.

3. Weet wat u moet doen bij aquaplaning

Sommige mensen krijgen een kick van aquaplaning. Maar als uw naam niet Verstappen is, kan aquaplaning best eng zijn. Daarom is het handig als u weet wat u moet doen. Met goede profieldiepte en bandenspanning kunt u veel ellende voorkomen. Toch kan het gebeuren dat uw auto geen grip meer heeft en onbestuurbaar is. Raak dan niet in paniek. Stuur niet, geef geen gas en rem ook niet! Maar kijk naar het punt waar u heen wilt en trap uw koppeling in. Laat de koppeling weer los als uw banden weer grip hebben. Heeft uw auto een automaat? Dan kunt u natuurlijk geen koppeling intrappen. Verder gelden wel dezelfde regels.

Laatste artikelen

Fiets aan de gracht

Fiets kwijt? Vind hem sneller terug!

Lees meer
Wintersport kinderen

Wintersport: hoe blijft het gezellig in de auto?

Lees meer
Auto opanmaken

Auto wegdoen: inruilen, verkopen of slopen?

Lees meer

4. Houd afstand

Op een glad wegdek is uw remweg langer. Houd daarom genoeg ruimte tussen u en de bestuurder voor u. Een makkelijk hulpmiddel is de ‘2 seconden-regel’. Rijdt uw voorligger bijvoorbeeld langs een lantaarnpaal? Tel dan hoelang het duurt voordat u bij datzelfde punt bent. Is het meer dan 2 seconden? Dan rijdt u op een veilige afstand. Maar heeft u minder zicht door het slechte weer? Houd dan meer afstand. Veiligheid voor alles!

5. Vertrek in 2e versnelling

Rijdt u een handgeschakelde auto? En is de weg glad? Vertrek dan in de 2e versnelling. Hierdoor hebben de banden meer grip en glijdt u minder snel weg. Bij een automaat moet u zachtjes gas geven. Soms helpt het om veiligheidssystemen als ESC (Electronic Stability Control) en ESP (Electronic Stability Program) uit te zetten. Door de correcties van deze systemen is het wegrijden in sneeuw moeilijker. Zet de systemen na het wegrijden weer aan.